Keelinfectie: Amstelveen ziekenhuis vs Luang Prabang ziekenhuis


Twee jaar geleden moest ik het paasontbijt abrupt verlaten. M’n keelinfectie was dusdanig heftig dat ik echt geen hap meer door m’n keel kreeg. De enige plek waar ik terecht kon op het moment, was het Amstelveen ziekenhuis. Eenmaal in het ziekenhuis kom je als vanzelfsprekend allereerst langs de receptie, om te melden voor welke dokter je komt, waarna je vervolgens doorverwezen wordt naar de wachtkamer. Jongvolwassenen en volwassenen hebben de mogelijkheid om wat tijdschriften te lezen en voor de kinderen zijn er puzzels knuffels en andere speeltjes. Belangrijkste hierbij is dat zij onder toezicht zijn van ouders, dus als die dwergen teveel kabaal maken, wordt dat door de ouders afgestraft.

Keurig op volgorde worden de patienten stuk voor stuk door de dokter opgehaald. De dokter geeft je een hand en gaat je voor in de steriele gang met gesloten deuren, om vervolgens aan te komen bij zijn kantoor of eventueel behandelkamer. Dat deed ik dus ook. De arts ging tegenover me zitten met z’n keurige witte doktersjas aan. Hij vroeg naar mijn klachten om vervolgens uit zijn borstzakje een professioneel klein (dokters)zaklampje te pakken en een steriel afgesloten spatel uit de lade naast de behandeltafel. Met beide instrumenten stelde hij de diagnose, stond hij vervolgens op om naar zijn bureau te lopen en daar een recept uit te schrijven. Hij gaf mij het recept, z’n hand, wees me vriendelijk de deur en gaf aan dat ik langs de apotheek moest om de medicijnen op te halen.

Deze situatie klinkt ons allen in Nederland waarschijnlijk als bekend in de oren. Maar zo vlekkeloos, efficient, correct, professioneel, steriel en zakelijk als dat het in Nederland gaat, zo gaat het niet in het Friendship ziekenhuis in Luang Prabang te Laos.

Dezelfde periode, maar dan twee jaar later, oftewel nu, zit ik hier in Luang Prabang met hetzelfde gezeik: keelinfectie. Door zowel m’n guesthouse en het toeristenkantoor word ik doorverwezen naar het ziekenhuis i.p.v. de dokter. Daar aangekomen begint de zoektocht. De zoektocht naar een receptie. In de ruimte wat doet voorkomen als een centrale hal, word ik alle hoeken in gestuurd, totdat iemand die wel een beetje Engels spreekt mij begrijpt en aangeeft dat ik naar het naastliggende noodgebouw moet. Ook hier is, ik zou bijna willen zeggen natuurlijk, geen receptie te vinden. En veel personeel is er ook niet. Na een poosje wachten kom ik een zuster tegen die zich in gebrekking Engels verstaanbaar kan maken en vraagt me om mijn klachten. Na mijn uitleg en demonstratie van mijn keel, een waar oorlogsveld, geeft ze me aan dat ik te laat ben. Te laat? Waarvoor? Voor de dokter, want die is net naar een meeting toe. Of ik even wil wachten in de hal van dit noodgebouw.

Even wachten wordt twee uur. Ook al zijn er voor mij geen tijdschriften beschikbaar of zelfs geen speelgoed, dus om me te vermaken, ben ik aangewezen op wat er om me heen gebeurt. Vervelen doe ik me niet. Voor de 55ste keer sla ik een vlieg van mijn been. Ja, in dit zeer steriele openlucht ziekenhuis vind je genoeg van deze jongens. Op een gegeven moment hoor ik een enorme klap. Ik kijk verschrikt om me heen. Een paar seconden later komen drie jongetjes met hun grote speelgoedauto om de hoek crossen, al schreeuwend uiteraard, geen ouders in de buurt. Kennelijk hadden zij hun enorme wagen even in de lucht gegooid om te kijken wat voor kabaal dat zou opleveren.

In de twee uur zie ik twee noodgevallen voorbij komen. De eerste is een oudere vrouw, verderop in de gang. Ze beweegt zich, al steunend op de schouders van twee mannen, voort. Een van de mannen houdt improviserend een zak met witte bloedcellen/stamcellen (Weet ik veel?) omhoog bij gebrek aan een standaard. In het tweede geval komt er een man binnenrennen, hij kijkt in paniek om zich heen, hij heeft duidelijk iemand nodig, maar er is niemand. Na wat geklop op deuren, steekt een zuster haar kop om de hoek en besluit om een kijkje te nemen naar de patient, die nu per rolstoel door familieleden/vrienden naar binnen wordt gebracht. Hij ziet er niet goed uit. Kort daarna volgen uit dezelfde kamer als deze zuster kwam, nog eens 5 zusters. Al in de ogen wrijvend, kleding rechttrekkend, uitstrekkend komen deze 5 zusters tevoorschijn. Die waren dus duidelijk even aan het slapen. Maar het werk gaat door.

Bij het aanbreken van het derde uur komt er een man al wankelend op z’n benen en met bloeddoorlopen ogen op me af lopen en stelt me voor als… de dokter. Oh, dat is fijn en volledig betrouwbaar. Hij gaat me voor naar een behandelkamer in de… intensive care unit. Okay, ze weten me wel belangrijk te maken. In de gang waar we door lopen, staan open prullenbakken, ligt veel troep en vind ik weer de inmiddels vertrouwde vliegen terug. Her en der staan deuren open en zie ik patienten liggen. In de kamer aangekomen, ga ik op het bed liggen. Op het kussen staat in rode letters en duidelijk met de hand geschreven “ICU”. Of ze hiervoor verf of bloed hebben gebruikt weet ik niet, luguber.

Mijn dokter loopt even weg en komt niet veel later terug met een zaklamp. Niet zo’n  professionele, maar zo’n grote groenkleurige van plastic. Zo een waar kinderen altijd mee spelen. Voordat de behandeling begint, gaat zijn telefoon. “Oeps” zegt hij nog. En neemt vervolgens het gesprek toch even aan. Nadat hij heeft opgehangen kunnen we beginnen. Ik geef aan wat mijn klachten zijn, hij kijkt een luttele 3 seconden in m’n keel en stelt de diagnose: keelinfectie. Wankelend, maar dit keer ook steunend en kreunend probeert hij een recept uit te schrijven. M’n eigen gegevens moet ik zelf maar doen. We gaan naar de kassa van het ziekenhuis, ik betaal daar en we lopen door naar de apotheek om de medicijnen op te halen.

Terug naar de behandelkamer op de ICU. Hier geeft mijn dokter instructies dat ik zowel ‘s morgens en ‘s avonds, maar liefst 4 pillen moet slikken! Onder andere antibiotica. Ze behandelen me als een paard zoveel medicijnen als dat ik krijg, maar dat is wellicht te verklaren omdat ik zo sterk overkom. En wederom mag ik mijn portemonnee trekken, het consult moet ook betaald worden, dus overhandig ik mijn dokter wat geld. Op dit punt zou de Nederlandse dokter me een hand geven, maar deze doet dat niet. Hij loopt me naar de voordeur. Ondertussen vraagt hij mij of ik toch niet voor de zekerheid een bloedonderzoek wil laten doen. Nee. Geen twijfel aan. Het injecteren van de injectienaalden in dit ziekenhuis zullen me geen nieuwe informatie geven. Misschien wel een nieuwe infectie of nog erger: ziekte.

Hij zwaait me uit en roept: “kom snel weer langs!”. Ik denk er niet over. De antibiotica zouden op dag 3 al voor flinke verbetering moeten zorgen en als dat het geval is, ga ik snel door met mijn reis naar het zuiden van Laos. Ik wil genieten en niet ziek zijn, daar heb ik geen tijd voor…

PS. Maak je over mij alsjeblieft geen zorgen, het ziekenhuisbezoek was op vrijdag. Nu op zondag voel ik me al 10x beter en is de zwelling al nagenoeg weg. Zeg dat ik al voor 75% hersteld ben. Het paardenmiddel slaat aan.

Advertisements