The motorcycle diaries (not Che’s but mine) Part II

Een Duitser, een Zuid-Afrikaan en twee Nederlanders rijden met motorbikes over de weg. Zegt de Duitser tegen de Nederlanders… Nee, het is geen mop, alhoewel dat het wel zou kunnen zijn. Voor de zoveelste keer heb ik een aantal “Hells Angels” om me heen verzameld en rijden we vanaf Luang Prabang richting het dorp Ban Pak Ou, om daar vervolgens per boot de Mekong over te steken naar de Tam Ting grot (http://www.wmf.org/project/tam-ting).

Omdat het the motorcycle diaries zijn, vind ik dat het toch allemaal wat stoerder moet, dus hebben we in dit geval semi-automatische motorbikes gehuurd. Deze tweewieler bevindt zich tussen een scooter en een motor in, dus wel schakelen, maar geen koppeling. De man van de verhuur raadde de motoren met koppeling af. De weggebruikers op de wegen in Laos zijn te onvoorspelbaar, een koppelfout is snel gemaakt, waardoor je van je motor zou kunnen vallen en dat wil je niet. Hij raadde het ons af, maar anders hadden wij, stoere Hells Angels met roze/lichtblauwe/panterkleurige mondkapjes tegen de vervuilde lucht, natuurlijk op dit soort motoren gereden.

Zo crossen we door het landschap van Laos. Weer heel anders dan Vietnam. De hoofdweg waar we over rijden is uitstekend. De weggebruikers, tja, laten we eerlijk zijn, in Nederland zouden we zeggen dat ze niet kunnen rijden. Maar ze zijn ok. Bovendien zijn de wegen vele malen rustiger qua verkeer. We rijden tussen hoge bergen begroeid met bomen. In enkele gevallen zwarte stukken, daar waar boeren het land in de fik hebben gezet om hun eigen landgoed uit te breiden of de grond vruchtbaarder te maken. Halverwege stoppen we bij een restaurant met een prachtig uitzicht over de Mekong en aansluitend de bergen. We bestellen wat te drinken. Dit gaat niet in het Engels, want we zijn nu in de binnenlanden waar men doorgaans geen Engels spreekt. Dus handen- en voetenwerk, maar uiteindelijk lukt het. Dit is niet de eerste keer dat het me overkomt. Zo heb ik eens pen en papier gebruikt om een stripverhaal uit te tekenen en zo aan een local uit te leggen wat ik bedoel.

We vervolgen onze trip. Niet heel veel verder zijn we genoodzaakt om te stoppen; motorproblemen. De motorbike lijkt niet meer op te schakelen en blijft in neutraal hangen. Dit overkomt ons in een bocht met een aantal eetkraampjes en winkeltjes. We stuntelen wat af om het apparaat toch aan het werk te krijgen, maar het lukt ons niet. Al snel komen er een aantal locals op ons af om te helpen. Een van hen wijst naar de kettingkast, opent daar een klein luikje en laat zien dat de ketting eraf ligt. Hij pakt direct een toolset tevoorschijn en draait de kast open. Dit is geen monteur, maar een local die wilt helpen. Bij het openen van de kast, valt de ketting er direct uit: gebroken. Zitten we dan, in the middle of nowhere met een gebroken ketting. De Duitser waarmee ik ben is van Vietnamese afkomst. De locals die ons helpen spreken wat Vietnamees. Ze wijzen naar de winkels en geven aan dat we bij die garage daar de boel kunnen laten maken. Garage? We waren zo bezig met onze motorbike dat we die totaal over ons hoofd hebben gezien. Is dit wat ze noemen een geluk bij een ongeluk?!

De monteur laat alles waarmee hij bezig is vallen en gaat meteen voor ons aan de slag. Hij werkt op een soort houten vlonder met tussen de houten planken ruimten van een centimeter. Bouten, moeren en/of andere belangrijke onderdelen kunnen hier gemakkelijk in verdwijnen, maar we bemoeien ons er niet mee. De gebroken ketting zit behoorlijk vast, maar na wat hamerslagen, getrek en gesjor is hij eindelijk los. De ketting is behoorlijk naar de klote en hij heeft een nieuw stuk ketting nodig om deze te repareren. Hij graait wat in een stapel met materialen naast zijn werkplaats en weet daar uiteindelijk een stuk te vinden. Hij verbindt de ketting, trekt ‘m strak en sluit de kast. Zo’n 15 minuten later en na betaling van 2 euro zijn we weer klaar voor vertrek. Verdomme, die ratten in Nederland dacht ik op dat moment. Toen ik 16 was en mijn scooter stuk was, duurde het week voordat ik hem terugkreeg en was ik een paar honderd euro lichter.

Anyway, we zijn weer op weg. We moeten nu van de openbare weg af om bij het dorp te komen. Ja, dit soort wegen herken ik weer vanuit Vietnam, rally rijden ten top; een zanderige en met stenen bezaaide weg. Het is ook heuvelachtig, dus terugschakelen op het juiste moment is een must, om de top van de heuvel te halen. In het dorp aangekomen stappen we op de boot, die ons naar de overkant van de Mekong brengt. De Tam Ting grot is enorm groot en staat vol met Buddha beelden. Het is een heilige plek geworden. De grot bevindt zich op maar liefst 30 meter boven de huidige waterstand van de Mekong. De laatste keer dat de rivier dit punt haalde, was in 2008. We draaien ons om en kijken naar het dorp aan de overkant van de rivier. Dit dorp zou dan volledig onder water staan. Het doet ons even stilstaan. Na wat rondslenteren keren we met de boten terug naar het dorp. We springen op onze motorbikes en navigeren deze terug naar Luang Prabang, terwijl de zon langzaam ondergaat.

Het was weer een goede dag, zeggen we tegen elkaar. Een van de vele goede dagen die de backpacker tegenkomt tijdens zijn/haar reis. Wat is het toch mooi.

Advertisements